Sonttolregisters
banner

vlaguk vlagnl

Home

Sonttolregisters

Database

Nederlandse schepen

Medewerkers

Financiering

Dankbetuiging

Literatuur

Onderzoek

Contact

Links

Andere bronnen

Publicaties

- Workshoppapers juni 2010

logotresoar tresoar

RUG logo RUG

Nederlandse schepen in de Sont

De Sont is de doorvaart tussen Denemarken en Zweden die de Noordzee met de Oostzee verbindt. Het is al eeuwenlang een belangrijke en drukbevaren scheepvaartroute.

Zie: oude kaart van de Sont en Satellietbeeld van de Sont.

Oost- en Westeuropa zijn al sinds de Middeleeuwen in economisch opzicht nauw met elkaar verweven. Westeuropa was al vroeg aangewezen op de import van graan en hout uit het Oostzeegebied. Omgekeerd was Oosteuropa op het westen aangewezen voor de aanvoer van wijn, zout en koloniale waren.
De koning van Denemarken richtte in de Middeleeuwen een tol in. In schriftelijke bronnen wordt de tol voor het eerst in 1429 genoemd, vermoedelijk bestond deze al eerder. Deze Sonttol zou tot 1857 blijven bestaan, toen werd hij afgeschaft onder internationale druk. Schepen die de Sont wilden passeren moesten tol betalen. Het tarief gold eerst voor de passage, later was het gebaseerd op de waarde van de lading.

De belangrijkste havens van bestemming voor Nederlandse schepen waren:

In de Oostzee In Westeuropa
Danzig Amsterdam
Koningsbergen Bordeaux
Riga Le Croisic
Stettin Noirmoutier
Libau Bourgneuf
Memel Rotterdam
St. Petersburg Hamburg

Kaart

kaart

Goederenstromen

Hoewel er een grote diversiteit aan goederen werd vervoerd, zijn enkele goederensoorten toonaangevend.

Uit het Oostzeegebied Uit Westeuropa
Granen Zout
Hout Suiker
Lijnzaad Wijn
Hennep Zuidvruchten
IJzerwaren Specerijen
Potas Tabak
Teer Koffie
Was Textiel
Wol Dakpannen en baksteen

Het volume van de lading uit Westeuropa was meestal geringer dan dat van de lading uit het Oostzeegebied. Om de schepen genoeg gewicht te geven werd er veel ballast vervoerd.

De vrachtvaarders van Europa

In de Gouden Eeuw staan de Nederlanders bekend als de vrachtvaarders van Europa. De haven van Amsterdam trok de meeste handelsvaart naar zich toe. Amsterdam was de transferhaven waar de goederen uit Frankrijk en het Middellandse Zeegebied werden uitgewisseld met goederen uit het Oostzeegebied en Scandinavië. Bovendien was Amsterdam de plaats van waaruit de goederen uit Indië door de Verenigde Oost-Indische Compagnie werden verhandeld en gedistribueerd. In de Sonttolregisters is de deelname van Nederlandse schepen aan de Oostzeevaart goed te volgen. Nederlandse schepen zijn in feite Hollandse, Zeeuwse, Friese en Groninger schepen. Onderstaand staatjes en grafieken, ontleend aan J.A. Faber, geven een indruk van de aantallen Nederlandse en Friese schepen die de Sont passeerden.

  Nederland Friesland
1503 856 46
1562-1569 2506 567
1601-1610 2717 549
1651-1657 1775 503
1701-1710 728 278
1751-1760 1840 1051
1761-1770 2228 1238
1781-1783 174 51

afbeelding

Duidelijk blijkt de grote omvang van de Nederlandse scheepvaart in de periode 1560 – 1650. Na 1650 volgt een geleidelijke daling die pas na 1720 weer omslaat in een stijging. Bij de opleving in de 18e eeuw is de grote toename van het aantal Friese schepen opvallend.

In de 19e eeuw is de rol van de Friese schippers vrijwel uitgespeeld. Het aandeel van schippers uit Groningen neemt dan sterk toe.

Terug naar boven ^

Home| Sonttolregisters | Database | Nederlandse schepen | Medewerkers | Financiering | Dankbetuiging | Literatuur | Onderzoek | Contact | Links | Andere bronnen